Wijde kutjes opa en kleindochter sex

...

Nueken.nl sex massage eindhoven


...

Na jarenlang dubben besloten we eens te gaan kijken. Onder aan de trap keek ik omhoog en dacht aan andere overtreffende trappen. Eens bevond zich hier pretpark Les Folles Buttes, nu is het een woonoase op een berg in de stad. We liepen door de stille straten en belandden op een bankje met een schitterend uitzicht op Montmartre.

De merels lieten hun merelzang horen en de wijngaarden lagen er prachtig bij. Na een tijdje verschenen een man, een vrouw en een meisje van een jaar of vijf. De man wees naar de Sacré Coeur. Later, op de Buttes-Chaumont, zagen we een vrouw die iets zocht en vervolgens wegsneed uit het gras.

Geen stad zo zwart-wit als Parijs. Het zal te maken hebben met de zwart-witalbums van fotografen als Doisneau, Izis, ­Ronis, Brassaï die in de loop van de tijd de stad zijn kleur hebben ontnomen.

Maar misschien zien we geen kleur, ook niet als we goed kijken. Wel muisgrijs en olijfgroen en modderig. Nee, dan de bloemenwinkel op de hoek van de rue de Pyrenées en place Gambetta. We nemen de bus aan de overkant om er een tijdje naar te mogen kijken, naar het fluweelrood van de bossen gladiolen, het cadmium van de ranonkels, het Delfts blauw van de ridderspoor.

Hoger in de wijk staan meisjes met kunstig geschikte bosjes narcissen die over enkele weken plaats zullen maken voor bosjes seringen. Op de Nevski Prospekt in Sint-Petersburg, bij de ingang van het Majakovskaja-metrostation als ik me goed herinner, kocht ik eens, van een kleed, een ingebonden jaargang van het Franse kindertijdschrift La Semaine de Suzette.

Omdat het de jaargang betrof, trof ik tussen de strips, ­rebussen en feuilletons een bouwplaat aan van de Blériot XI, het toestel waarmee Blériot op 25 juli van dat jaar het kanaal overstak.

Ik blij en terug in het vaderland meteen een paar stevige vellen papier gekocht om het vliegtuigje in ­elkaar te knutselen. Het ontroerend onhandige toestel staat sindsdien op een boekenplank in mijn werkkamer. Om de Blériot XI in het echt te zien gingen we naar het Musée des arts et métiers in de rue Réaumur in Parijs, want daar hangt ie.

Een heerlijk museum, het Musée des arts et métiers, al moet je wel van stoommachines, scheepsmodellen, locomotieven en oude vliegtuigen houden. De Blériot XI bleek groter dan het model op mijn werkkamer, maar niet eens zo heel veel groter. Na Blériot bezochten we de Slinger, de Slinger van Foucault die hier om te bewijzen dat de aarde om zijn as draait rustig heen en weer zwaait en haast ongemerkt met de klok mee van links naar rechts opschuift. Terwijl we daar zo stonden te kijken, voelde mijn geliefde plotseling dat de aarde niet alleen onder de slinger maar ook onder haar aan het draaien was.

Een soort zeeziekte met duizelingen en misselijkheid was het gevolg. Ik vond het naar voor haar, maar tegelijkertijd voelde ik me dichter bij haar dan de aarde ooit geweest was. Omdat we naar Parijs gaan, is Parijs overal. Zo vond ik bij ­Feniks een stadsplattegrondje van Parijs, waarin de plattegronden helaas ontbraken, maar waarin wel tramlijnen stonden vermeld, plus een funiculaire van place de la République naar Bellevile via de faubourg du Temple.

Wanneer zou dat geweest zijn, vroeg ik me af. In stadsplattegronden staat nooit een datum, zo gaan ze een jaartje langer mee, maar na enig zoeken vond ik de mededeling dat Parijs kilometer bij Petrograd vandaan ligt. Sint Petersburg heette Petrograd tussen en De funiculaire naar Belleville is in opgeheven, waarmee het tijdvak stevig afgebaand is. Voor wie het interesseert: Omdat Eddy en Henriëtte ook naar Parijs gingen, Parijs is overal, ging ik bij ze langs.

Nadat ik de bloedrode bloemen van hun ­camelia had bewonderd, vertelde ik over de trams. Na mijn bevestigende antwoord, vertelde hij dat hij een keer op een lijntje tussen Tunis en Carthago oude metrostellen had zien rijden. Daar kon ik makkelijk overheen. Omdat ik in de Nationale Pakken Loterij een pak gewonnen had, begaf ik mij naar de P.

Hooftstraat om het aan te laten meten. De winkel waar ik zijn moest, is genoemd naar zijn eigenaar die een naam draagt die op twee manieren uitgesproken wordt. Om een en ander te verduidelijken heb ik een aa-bb versje op hem gemaakt, en dat gaat zo: In een pakkenwinkel spreek je over pakken.

Dus vertelde ik over mijn vader die in de fabriek waar hij ons dagelijks brood verdiende tussen de machines doorliep in een maatpak dat hij op de een of andere manier vlekkeloos wist te houden. Zijn pakken kocht hij bij Diks, in de Leidsestraat , zijn overhemden liet hij maken bij Sinemus, een eindje verderop. Mijn vader rookte Three Castles uit een kartonnen doosje, maar als ik thuis was, wilde hij een shagje van me draaien.

Toen hij dood was, heb ik zijn overhemden uit de kast gepakt en een voor een bekeken. Ze hadden allemaal minstens een brandgaatje. De grote ruit van de verdieping waar wij stonden, keek uit op de P. Hooft, de duurste straat van heel de stad, maar ik herinner mij dat aan de overkant een groentenwinkel zat.

Als je het hekje van de Hortus eenmaal door bent en de stad achter je hebt gelaten, waan je je in een exotische wereld waar alles anders is. Het grind op de ­paden knerpt onder je voeten en als altijd denk ik terug aan de verrukkelijke zomer dat de paden blauw gekleurd waren en zich als beekjes door de tuin slingerden. Ik heb toen een paar blauwe steentjes meegenomen als herinnering. Waar zijn ze gebleven? Verdwenen als de sneeuw van weleer? Hoe vaak zullen we met onze kleindochter naar de Hortus zijn geweest?

Ze was dol op de gietijzeren wenteltrap en de omgang in de oude palmenkas, waar ik onveranderlijk overvallen werd door hoogtevrees. In Florence bezochten we eens de koepel van de Santa Maria del Fiori van Filippo Brunelleschi, u weet wel, de uitvinder van het ei van Columbus.

Een deurtje gaf toegang tot de omgang in de koepel. Onverschrokken deed ik de stap voorwaarts om vervolgens achterwaarts brakend als een poes terug te deinzen. Kleinkind zou waarschijnlijk over het hekje zijn gaan hangen om eens goed naar beneden te kijken. Ook mooi waren de lijsten van planten met dieren in hun naam die zij aanlegde samen met haar grootmoeder: Lente in de Hortus.

Nu zit ik in lijn 3 richting Zoutketen en kijk naar buiten, en naar rechts, want bij de halte Museumplein zie ik dan het Rijksmuseum, aan het einde van de Overtoom het torentje van Americain, bij de Kinkerstraat de toren van de Oude Kerk, bij de Clercqstraat de Westertoren, bij het Hugo de Grootplein het torentje van het politiebureau aan de Marnixstraat, aan het einde van de 1e Hugo de Grootstraat de torens van der Zaaier op de Rozengracht, op het Frederik Hendrik Plantsoen vier trams die elkaar net niet in de staart bijten, op het Marnixplein de Oude Wester, bij de Brouwersgracht de Oude Kerk en vanaf de halte Haarlemmerplein de torens van de Posthoorn.

Eenmaal op de Haarlemmerdijk begint het spelletje opnieuw, dit maal met de Baanbrugsteeg, de Binnen Dommersstraat, de Mouhaansteeg en de Binnen Oranjestraat, straten en stegen die aflopen naar het water van de Brouwersgracht. Voor de Sint Antonia school voor Meisjes naast de Posthoorn staan drie meisjes te roken en gillend met elkaar te lachen.

Vanuit zijn anonieme en smetteloos witte bestelautootje dat half op de stoep geparkeerd staat, zit de Marokkaanse chauffeur met emigratie- achtergrond en een kleurtje het­ ­allemaal aan te kijken. Wie zoals Hans en ik dat deden de hele Admiraal de Ruyterweg afloopt, krijgt onderweg onherroepelijk te maken met de vraag waar het goede gedeelte ophoudt en het slechte gedeelte begint, of omgekeerd.

De tweedeling is ooit gemaakt door pater K. Fens MO, maar waar Jan Jurk de grens precies legde, weet niemand meer. Wij hielden het op de Jan van Galen. Waar de winkels in het stukje naar de Admiralengracht tot mijn ­onuitsprekelijke genoegen nog altijd boven etalages hebben. De Stofzuigerkoning op nummer bijvoorbeeld. Gaat dat zien, voor het te laat is. Dat deed ie niet. Met de herinneringen die hij aan de Admiraal de Ruyterweg niet heeft, kan je een boek vullen. We waren de hoek omgeslagen en ­keken nu het laatste stuk van de Admiraal de Ruyterweg af, het stuk naar de Wiegbrug toe, het stuk dat er eigenlijk niet bij hoort.

We liepen langs de van Speijkstraat waar Eddy Posthuma de Boer lang geleden de foto maakte waarop al die meisjes een handstand doen. Allemaal oude vrouwen inmiddels, zoals Hans en ik oude mannen zijn geworden. Maar bij de Wiegbrug werden we opgewacht door onze geliefden die ons als hadden we de Avondvierdaagse gelopen een bosje bloemen in de hand drukten, ­zodat we ons heel even weer jongens konden wanen.

Als ik het goed heb, begint de Admiraal de Ruyterweg bij nummer 1 en eindigt hij bij Naast ons zat een jongeman met een rugzakje die al snel gezelschap kreeg van een jonge vrouw met op haar buik een baby met het mooiste rode haar had dat ik van mijn leven bij een baby gezien heb.

Intussen vertelde Hans over de uitleenboekwinkel die vroeger op de Bos en Lommer had gezeten. Alle boeken die je daar kon huren waren oranje gekaft.

Nu nog word ik misselijk als ik oranje zie. Niets ernstigs, dacht Hans, maar evenzogoed. Dat deed ze, met plezier. Alleen zijn hoofd stak er boven uit. Maar hij had niet van dat mooie rode haar. Even later stonden we voor het huis waar Hans vroeger woonde. Toen Hans en ik, de ene van de Admiraal de Ruyter, de ander van de Esmoreit, uit de 12 ­waren gestapt en de eindeloze ­Admiraal de Ruyterweg afkeken, zei Hans: Bijna alle straten hebben een zonnige kant en een schaduwkant, maar de Admiraal de Ruyter moet het met twee schaduwkanten doen.

Hans moest pas om zeven uur bovenkomen, dus we hadden alle tijd. We waren net voorbij de Willem Levendstraat toen Hans schaakmeester Nicolaas Cortlever citeerde: Men kan zich er geen voorstelling van maken wat daar werd gegeten. Hans en ik zaten samen in de derde klas van Erasmusschool. Daarna ging hij naar de Prinses Beatrixschool. Inmiddels liepen we langs het Lippijnstraatje. Twee maanden geleden heette het nog café J. Kooper en leek definitief gesloten.

De bloemenman bij wie ik iedere week de ­gemengde tulpen koop die in de loop van de week de vaas uit zullen dansen, was in gesprek met een vrouw die hoog boven ons uit torende. Nou zegt dat niet zo veel, want de bloemenman en ik zijn tamelijk klein van stuk, maar de vrouw was groter dan wij klein waren, zal ik maar zeggen. Ze zei iets over het Wilde Westen. Ik kom er vandaan. Laten ze er het Bep van Klaverenplein van maken, dan zijn we af van het gezeur.

Het was een voorjaar. Ik hoorde de merel zingen, en overal bloeide rood en roze de camelia en stonden de elzenkatjes geel op uitlopen net als de forsythia. In een geveltuintje zat een merel in een goudreinet te hakken dat de stukken in de rondte vlogen. De zon deed ook zijn best en had een grote gouden strik opgezocht die op drie hoog aan een balkonnetje hing, waardoor de strik welhaast in de zon veranderde.

Door milde trek gedreven, ging ik een broodjeswinkel binnen of liever, een winkel waar ze broodjes verkopen, want broodjeswinkels bestaan niet meer geloof ik. Ik bestelde een broodje oud kaas. Ik zou best wel eens een broodje leverworst willen, maar ik durf niet. Ik ben echt in topvorm vandaag. Weer op straat dacht ik aan de grap van het broodje ham en het broodje kaas die lang geleden in het tijdschrift Barbarber stond. Broodje kaas kost een gulden. Broodje ham een vijfentwintig.

Broodje zonder kaas kost vijfenzeventig cent. Broodje zonder ham een gulden. In de verte zag ik een bus aan komen.

Waarheen hij ging, wist ik niet, maar ik heb hem genomen. Vlak voordat we afreisden naar een afgelegen tuincentrum viste ik een pakje uit de brievenbus. Om dit te openen had je hamer en beitel nodig. Wat zou erin zitten, vroegen we ons af. Het bleek een pakje, al even goed verpakt als het eerste. Uit dit pakje kwam na veel hakken en zagen een Dinky Toy tevoorschijn van een kleine groene wals.

Het was de kleine groene wals die mijn vader in voor mijn vijfde verjaardag meebracht uit Engeland en waarover ik onlangs berichtte in een Gelukje. Ik hield het walsje in mijn hand en kon mijn ogen niet geloven. De auto droeg geen merk, maar leek op een Jaguar. Hij leek net zo blij als ik. Bij de banketbakker kon je door de paaseieren de paashazen niet zien, grote hazen, kleine ­hazen, duizenden eieren in alle kleuren en hier en daar een kuikentje.

Ik was tegelijk binnengekomen met een Indische dame die toen zij aan de beurt was mij liet voorgaan omdat ze nog even ­nadenken moest. Mevrouw­ ­Cornelis stak vragend twee vingers op waarna ik met een vinger antwoordde en zij verdween om mijn kroketje in de pan te werpen.

Tijdens haar afwezigheid danste een meisje voorbij. Ze was een jaar of tien schatte ik en droeg een hoge paardenstaart die net als zijzelf leek te zweven. De Indische dame wilde een appeltaartje met amandel, maar de taartjes die haar werden getoond bevielen niet. Ik had het goed geraden. Toen Hans die van de ­Admiraal de Ruyterweg is, voorstelde om een keer een wandeling over de Admiraal de Ruyterweg te maken, vroeg ik hem via de mail of hij dan voor het tonnetje groene zeep wilde zorgen.

In zijn antwoord deed hij alsof hij me niet gehoord had, maar ik zat er intussen maar mee, want hoe zat het ook alweer met dat tonnetje? Eenmaal ter plaatse werd zijn trotse galjoen aangevallen door de kleine maar wendbare schepen van de zeerovers, waarop hij order gaf de dekken in te smeren met groene zeep. Daar hadden de piraten niet van terug!

Waar ik het verhaal vandaan had, wist ik niet meer. Had de meester het verteld? Had ik het gelezen? Wie zoekt, zal niet vinden en als je niet zoekt, komen de dingen naar je toe. De volgende dag vond ik De Scheepsjongen van Michiel de Ruyter in een bak en bleek er geen groene zeep in het tonnetje te zitten, maar Ierse boter. En werd Bestevaer niet door de Moren belaagd, maar door de Duinkerker kapers. De Muzelmannen bleken zelfs zijn beste vrienden.

Een prachtig boek trouwens, Paddeltje, waarin je geen haring moet zeggen voor ie in het net zit en die seldrementse kapers er niet voor terug deinzen onze Nederlandse zeelui met hun oor op het dek van hun eigen schip vast te spijkeren alvorens het vaartuig tot zinken te brengen. Een mooie liefdesgeschiedenis bovendien, want dat Paddeltje toen hij eenmaal in Broer veranderd was iets met Zus gaat krijgen, lijkt me een ding dat zeker is.

We liepen langs de Schilderskade, vlak bij huis, maar toch kende ik de namen niet van de straten die aan de overkant uitkwamen op het kanaal. Ik dacht van niet. In de berm scharrelden vijf dikke wollige gele bolletjes, jonge ganzen die de vorstperiode goed door waren gekomen.

Hun ouders ­waren van het Capitool en rekten de hals om waarschuwende geluiden te laten horen. We volgden het heerlijke fietspad langs het Okura en kwamen zo bij de Gerard Revebrug. De laatste keer dat ik hier was, stond zijn naam heel armoedig op een blauw straatnamenbordje, maar zie, inmiddels was de definitieve belettering aangebracht. In de Maasstraat was een winkel die een aanbieding had van anti-kerntrek beslag.

Haar hele voorkant zat in elkaar, maar ze leek er niet mee te zitten. Fijne straat, de Maasstraat met zijn haringkar, zijn bloemenwinkel, zijn bloemenstal en Tout voor lekkere taartjes. Een nieuw Paaslied van Gerard Reve. Steeds vaker ontmoet ik mensen die iets hebben op Bakkum. De woning waarin ik ben geboren bijvoorbeeld was klein. In het gangetje kon je je kont niet keren, net als in de keuken en mijn kamertje dat door een glazen schuifdeur van de huiskamer werd gescheiden, was zo smal dat het opklapbed niet uitgeklapt kon worden.

Dit alles gold ook voor het huis van tante Corrie en oom Freek die onder ons woonden. Maar zij hadden een kamphuisje, op Bakkum. Wij hadden eerst een boot, waar je niet af kon en later een auto, waar je niet uit kon. Ik had aan allebei een hekel. Vooral het renritueel in het vroege voorjaar waarbij de Bakkummers mochten proberen een paaltje te slaan op de plaats waar ze hun huisje droomden, sprak mij aan.

Maar mijn ­ouders vonden het niks. Pas in de herfst kwam het kamphuisje weer in beeld. De Club bestond vijftig jaar en dan zouden we weten. Overal in de hal zag je de rode fezzen van de leden van Sons of the Desert, de jongens die de kaartjes controleerden waren in rood livrei en vanuit de zaal klonk het geluid van het bioscooporgel zoals bespeeld door Donald Mackenzie.

Het moest nog beginnen, maar iedereen, oud en jong, had nu al plezier. In de zaal heerste de roezige ­opwinding die vooraf gaat aan een gebeurtenis waarvan je weet dat je hem leuk gaat vinden. Negentig jaar later ging de zaal keer op keer massaal plat. Hoe kinderachtig kan je zijn. Inderdaad, maar wel leuk. Na zes films waren we uitgelachen en ging het weer op huis aan. In de tram zat ik zonder dat ik het mij bewust was het Ollio en Stanlio uit de Dance of the Cuckoo te neuriën.

De eerste club die eigenlijk geen club was, hield zich bezig met het vullen van de schuren van een paaseierenfabriek. De schuren bevonden zich in een schoolschrift, waarin we op de eerste pagina, links in de marge de buitenmuur tekenden, waarna we onderaan de pagina de lijn van de vloer aangaven die doorliep tot de laatste pagina van het schrift, waar ook de rechtermuur van de schuur te vinden was.

Loekie Dikker heeft de schriften nog. Talie was de derde club en telde drie leden, Henk Cramer, Fred van Schaik en ik.

Waar dat voor was, weet ik niet meer, maar het soldaatje kan ik nog ­tekenen, talie. In verband met werkzaam­heden moest ik op de Aletta Jacobslaan zijn en omdat ik op de bewuste dag niet in Amsterdam was, maar de trein naar Sloterdijk nam, informeerde hoe het vanaf daar verder moest.

De hele achterkant van West komt voorbij, inclusief een fraai kijkje op de Kolenkit en een stel bankgebouwen. Nadat ik was uitgestapt, kon ik twee kanten op, linksaf of rechtsaf. Een goede vraag, want het gekke is dat de plattegrond wel weet waar ik me bevind, maar ik niet. Ik besloot de pijl Aletta Jacobs­laan te volgen.

Maar toen ik zei dat ik het talud ging afdalen en beneden wel verder zag, maakte hij geen bezwaar. Op straatniveau heb ik al lopend bij twaalf mensen naar de Aletta Jacobslaan gevraagd, maar ik vond hem pas toen ik er was. Voor de terugtocht liep ik in twee minuten naar de 2, die me naar de bewoonde wereld bracht. Niks spreekuur, het zijn gewoon de openingstijden. Maar in café de Wenteltrap in de Gravenstraat zat wel degelijk een wenteltrap. Die nergens naartoe ging. Ze hadden ook van die lage krukjes en geen WC.

Als je moest pissen werd je naar de krul in de Eggertstraat, in de schaduw van de Nieuwe Kerk verwezen. Ik sta op het Leidseplein als ik aan de Wenteltrap moet denken. Ik kijk naar de lichtvoetige toren van de City, waarin lichtjes branden die een wenteltrap suggereren.

In het najaar van stond ik ook op deze plek. Ik was uit de 10 gestapt en had mijn pas ingehouden, omdat vlak voor mij een prachtige vrouw met een diep ­decolleté zich zo diep voorover had gebogen om iets aan een schoen te doen, dat ik de verleiding niet kon weerstaan, en keek. Jip Golsteijn, beroemd popjournalist, vriend van een ­Elvis Presley, van een Otis Redding en een mij. Hij had zijn zwarte hoed op zijn Golsteijnkop en we gingen meteen naar Palladium, zijn café, voor de nodige drankjes, een tirumisu en een goed gesprek.

Een paar maanden later was hij dood. Een tijdje terug hoorde ik dat er een brug naar hem is vernoemd. Ondanks dat mis ik hem. Niet dat ik het kopen wilde, in geen achthonderdvijfendertig jaar, zoals mijn moeder gezegd zou hebben, maar misschien was het wel leuk om een foto te maken. Voor later of zoiets. Nu ben ik de gelukkige bezitter van het schitterende boek Mijn Speelgoed Vliegtuigjes uit de collectie van Patrick Despature en de kans dat het toestel daarin stond afgebeeld, was niet denkbeeldig, maar waar staat geschreven dat ik moet uitzoeken of het daadwerkelijk zo was?

Veel eenvoudiger toch om even naar de Spiegelstraat te fietsen en daar zelf een foto te maken? Kom ik nog eens op straat en bovendien, het is een leuk tochtje. Toen ik bij de winkel aankwam, bleek de F-anny verdwenen, verkocht, een hele opluchting. Nadat ik een uit stammend hemelsblauw pennytoy raceautootje met een gele cockpit als de helm van een baanwielrenner had gekocht, vertelde ik over Mijn vader zat toen drie maanden in Engeland om de automatische piloot te bestuderen. In zijn brieven die door mijn moeder werden voorgelezen, beloofde hij een vliegtuigje dat echt vliegen kon, maar toen hij terugkwam, bracht hij twee Dinky Toys voor me mee.

Bij mijn favoriete haringkar, die van Jan op de hoek van de Potgieterstraat en de Bilderdijk, at ik een harinkje dat me zoals ­gewoonlijk voortreffelijk smaakte. Jan vraagt altijd even naar mijn kleindochter die hij al kende toen hij met kar en al nog in de De Clercqstraat op de brug over de Da Costakade stond.

Kleindochter zal toen een maand of acht zijn geweest, maar al een liefhebber. Op de brug was het nooit zo druk, maar hier kan je het treffen dat je zes man voor je hebt, van wie er twee drie haringen willen, zodat je tien haringen wachten moet. Want aan haringen van ­tevoren schoonmaken, doet Jan niet. Nadat ik hem gerust had gesteld, vervolgde ik mijn weg. Lekker in het lentezonnetje wandelde ik de De Clercqstraat af, langs de champagnebar van Five Brothers Fat en schoenmaker Hakan Koç, langs kapsalon Eclipz en het Theo Thijssenportiek, langs Sjoege en café Hendrix, dat vroeger Lido heette.

Alles zit nog steeds in dozen, maar tegenwoordig heeft hij een verhuiswagen nodig. En voor mijn vriend hier een dubbele whiskas.

Met een blokje ijs. En inderdaad, want nog geen vijf minuten later begon Theun Verboden vruchten te neuriën. Als hij het zong, was de lamp uit, zoals Ina altijd zei. Bij de Prinsengracht was de ingang naar de Nieuwe Spiegelstraat gesloten voor autoverkeer. Eindelijk gaat het de goede kant op, dacht ik, maar of het ook zo was, was zeer de vraag. Want door dat het ene paaltje dat de straat blokkeerde, was een enorme verkeerschaos ontstaan. Die dus allemaal terug moesten.

Of liever, aan het begin, je kunt met dit soort mededelingen niet voorzichtig ­genoeg zijn, is me gebleken. Had ik nooit moeten doen natuurlijk, want alles wat ik zag, was even begeerlijk, schitterende opwindautootjes, speelgoedtreinen en het ergst van allemaal, de vliegtuigjes. Het ene vliegtuigje was nog mooier, was nog duurder dan het andere. Ik ging naar huis met een klein Japans saltovliegtuigje, dat voor zijn 75 jaar nog verbazingwekkend mooie sprongen maakte.

Deze keer stond er een viermotorig Air Francetoestel in de etalage, de F-Anny van Joustra, handelaren in blik. Dof rood, euro slechts.

Waar in de stilte ­tussen de bomen een wit prieeltje staat, terwijl de zonnewijzer hoog aan een achtergevel de tijd aanwijst. En ik, gratis en voor niets, een prachtige schelp heb gevonden. Wie eerder opstaat dan normaal en eerder de straat ­opgaat, ziet dingen die hij normaal niet ziet. De ochtendvroege stad is mij niet onbekend, maar kende ik vooral van laat, en dat komt niet meer voor.

Om kwart over een lig ik er in of er moet, zoals laatst iets bijzonders op de televisie zijn. De cinema is dood, mag ik graag verkondigen. Van kunstfilms krijg ik uitslag en de rest is voor kinderen. Waar ze er geen twijfel over lieten dat ook een zwerm haaien wel een hapje lust, wauw!

Of het door dit cinematografische meesterwerkje kwam, weet ik niet, maar ik was vroeg uit de veren en vroeg op straat. Het leven kwam net op gang. En gaf me het gevoel dat ik in een oude Franse film terecht was gekomen. Bij het restaurant op de hoek was een meisje bezig tafels te dekken.

Ze hield een wijnglas tegen het licht en bespeurde een vlekje dat ze wegpoetste met een doek. Bij de kaaswinkel kwam de man van de schoenenwinkel ernaast naar buiten, waarna hij met zijn broodje bij zichzelf naar binnenging. Ik ging naar binnen bij de bakker. Want wie zijn brood niet snijden laat, wil meestal een papieren zak. Van alle vaste ritjes die ik maak, is het ritje door Stil Zuid met bestemming slagerij Robert Zikking mij het liefst. O, de verrukkelijke keuzes die zich aandienen zodra ik mijn straat verlaten heb.

Neem ik de kade of neem ik de laan? Neem ik de straat of neem ik de weg? Voor de terugweg koos ik voor het poortje naar de Herculesstraat, en vandaar achter het Van Heutsz langs naar de Jan van Goyenkade.

Voor een geopende deur stonden een man en een vrouw met elkaar te praten toen er een peuter naar buiten kwam. De man tilde de peuter op en gooide hem hoger in de lucht dan ik ooit gedurfd had. Moeder en kind schreeuwden het uit, maar om verschillende redenen. Verpakkingsmateriaal, dacht mevrouw Cornelis, bij wie ik een kroketje had besteld.

Ze had me gezien in een talkshow en vertelde dat haar man ook eens in een talkshow had gezeten, met Nico Haak van Honkie Tonkie pianissie op je sinaasappelkissie. Op slag gingen mijn gedachten terug naar de ochtend in november dat mijn vrouw me vertelde dat Nico Haak was overleden. Aangeslagen ging ik de straat op, waar ik zag hoe een auto een bakfiets schepte, en de sinaasappels bij dozijnen over straat ­rolden. Er stond een reiger op het balkon. Toen ik een jongen was, waren reigers nog trekvogels die kwamen en gingen met de seizoenen, zoals trekvogels dat doen, maar tegenwoordig staan ze op je balkon als ze al niet voor een deur staan te wachten op de wonderbaarlijke verstrekking van piepkuikens.

De reiger stond op hoge poten op de reling en boog zich met enige regelmaat voorover om met zijn snavel de diepte af te tasten. Ik was koffie aan het zetten en in de waterkoker water aan het koken voor thee. Ik dacht aan het versje dat mijn geliefde improviseerde toen we, lang geleden, vanuit de tram een goede vriend op het terras van het café bij de Hogesluis zagen zitten. Een week later was hij dood. Het water in de waterkoker kookte en maakte zoveel lawaai dat ik niet kon horen of de koffie in het espressopotje ook gaar was.

Ik boog me daarom voorover om mijn oor te luisteren te leggen. Inmiddels had ze een theezakje in mijn koffiekopje gehangen. Even was het of we in een stuk van Beckett zaten. Bij boekhandel Premsela, een eindje verderop, stond ik nog wat na te praten toen ik zag hoe aan de andere kant van de ruit Remco Campert zich diep voorover boog om te zien naar welk boek hij stond te kijken. De dubbele a zit weer in de maand en dus gingen we richting Valeriusstraat waar het ooit begonnen is.

Geen straat om van achterover te vallen, de Valeriusstraat, maar toch valt er van alles te zien. Zo waren ze op diverse adressen in de weer om onder hun huis een schuilkelder aan te leggen en wat me ook opviel, was dat je bij menige voordeur kon zien waar vroeger de bel had gezeten. Alles verandert, maar sommige dingen blijven hetzelfde. Een geheime boodschap van de pastoor?

Schuin aan de overkant lag café Bos er verleidelijk bij, maar wij zochten de ­oevers van de Schinkel op, waar de kade richting Zeilstraat drastisch versperd bleek door een vrachtwagen die probeerde een vuilcontainer op zijn rug te nemen. Een kwartier later zaten we bij Gent aan de Schinkel, waar moeder en zoon even later ook binnenkwamen en we elkaar begroetten als buurtgenoten. Omdat ik een vriend die een enorme klus voor me had geklaard als beloning een fles goedkope wijn in het vooruitzicht had gesteld, begaf ik mij naar de Beethovenstraat.

De Beethovenstraat is een bruisende winkelstraat met op iedere hoek een koffietent waar de barista iedere ochtend eigenhandig de glutenvrije koe heeft gemolken. Toen ik de straat inliep, zag ik al van verre de altijd vrolijk stemmende wolken geel van de mimosa voor de deur van de bloemenwinkel.

In het voorbijgaan rook ik hun geur die me even terugbracht naar een dorp aan de voet van de Pyreneeën, een mensenleven geleden. Terwijl het vriendelijke meisje de fles in een feestelijk zakje liet glijden, bewonderde ik de narcissen die op de toonbank stonden. Ik ben niet zo goed in bloemen. Ik nam haar mee naar buiten en wees naar de gele lentewolken een paar winkels verderop. Nog steeds kan ik er niet over uit dat ik als jongen uit de Bos en Lommer de Lippijnstraat heb gemist.

Onze kerstbomenopslag lag daar, klaar om verbrand te worden, en werd geroofd. We vochten natuurlijk terug, maar niet met latten met spijkers erdoor zoals wel beweerd wordt. Voor de visboer haalden we oude kranten op waar de vis in verpakt werd.

Belden we aan en riepen: Heeft u nog oude kranten voor de blinden? Als ik maar geen toverheksen zie! Het lijken een soort toverspreuken. Oude kranten voor de blinden was een leugentje, de kip ­zonder eieren moest de politie op afstand houden, terwijl de kreet de juut juist lokte en over de donkere bosjes uit het spel waaraan ook meisjes meededen, heb ik zo mijn vermoedens, maar het blijft gissen.

We liepen onder de overkapping achter het Centraal Station en waren op weg naar het pontje naar Buiksloot toen ik mijn naam hoorde roepen. Op het moment dat hij zijn naam noemde, zag ik in hem zijn vader verschijnen. Ik kende hem al als kleine jongen, junior meen ik, maar inmiddels had ik hem een tijd niet gezien. Onlangs las ik wel een polemisch stuk van zijn hand waarin hij propageerde na het kakken water te gebruiken in plaats van een papiertje.

Want hoe ging het? Waar de ­familie Luijters al te lachen zat. Deze keer lachte Heere mee. Heere zei dat hij voor Schuttevaer werkte. Gewapend met zijn camera trok hij de haven in om schippers van binnenvaartschepen te interviewen. Laatst was hij nog op receptie van de havenmeester geweest, waar hij een Parool-collega stevig van de hapjes had zien eten. Maar ik heb nog geen antwoord mogen ontvangen. Mocht u een dezer dagen het Stadsarchief bezoeken om de tentoonstelling Rapenburgerstraat te bekijken, sta dan even stil bij het adres Rapenburgerstraat 26 huis, waar het gezin Benjamin Blaaser woonde.

Begin zaten de eerste vijf kinderen op de Jonas Daniël Meijerschool, de latere 2e Joodse School in de Batavierstraat. Van die school is als door een wonder een absentieschriftje bewaard gebleven, waarin de kinderen Blaaser regelmatig een plaatsje kregen. Ook zijn er brieven van hun moeder waarin zij de reden van hun absentie toelicht.

Zo schrijft Maria Blaaser op 2 mei Zo gauw zij weer beter is komt zij weer naar school, maar woensdag waren zij ook niet naar school, dat kwam, ik heb een klok maar die deugt niet erg of hij staat stil of hij loopt hard. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk zult nemen, maar het zal niet meer gebeuren. Ik heb een klok of die staat stil of hij loopt. Nu vanmorgen stond de klok stil, zo doende was het te laat voor hun.

Moeder wist niet hoe laat het was. Maria en hun acht kinderen werden op 25 januari vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd waar ze op 28 januari werden vermoord. Amsterdam is altijd mooi, maar Amsterdam in de winter is nog mooier.

Het zal door het lage licht komen, dat het water in de grachten in zilver verandert en de gevels glanzen laat. Er kwam ons een grote man tegemoet met een grote gele pinopet op zijn kop, als was het een pannenkoek. Bij Jordino stond een reusachtige paashaas in de etalage met allemaal kleine kuikentjes aan zijn hazenpootjes. In het verlengde van de stegen glinsterden de grachten. Bij Centrum op de hoek met de Prinsengracht namen we een haring. Op het Singel dacht ik terug aan de dag dat er vlammen sloegen uit de koepel van de Lutherse kerk.

Mijn vader heeft me eens verteld dat de koepel groen was door oxidatie van het koper. De koepel zal vanzelf weer groen worden, maar ik zal het niet meer meemaken. Tenslotte belandden we op het terras van de II Prinsen op de hoek van de Prinsenstraat en de Prinsengracht. Het was ijskoud en de zon ving en verguldde de wijzers van de klok van de Noorderkerk die 5 voor half 5 aanwees. Er fietste een jongen voorbij met een Chinees meisje achterop dat een wollig wit hondje met uitgestrekte pootjes voor haar buik hield.

Dat kregen we er gratis bij, op die koude middag in het mooie Amsterdam. Vanaf een zekere leeftijd zouden wij geen nieuwe vrienden kunnen ­maken, maar wie op ­zekere leeftijd nieuwe vrienden maakt, weet dat het niet waar is. Wat hij ook weet, is dat hij zijn ­oude vriendschappen koestert met een vasthoudendheid die doet denken aan het achteloze ­gemak waarmee hij vroeger vriendschappen verbrak.

Op een terras aan het Prins Bernhardplein zat ik tegen Bernard Hammelburg op te scheppen dat ik een vriend had met wie ik nog in de derde klas van de lagere school had gezeten. Niet dat ik daar veel mee opschiet, want de vriend in kwestie heeft een geheugen waarin wel plaats is voor een miljoen schaakpartijen, maar niet voor derde klassen van de lagere school. Maar toch, de gedachte alleen al dat we een verleden delen, stelt me op de een of andere manier gerust.

Hij zou zich de toneelstukjes kunnen herinneren die we in de klas opvoerden, hij herinnert ze zich niet, maar het zou kunnen, en dat is prettig. In een klap kwam het hele continent van heden en verleden in beeld, breuklijnen en al.

Wie lid was van de Joodse jeugdbeweging, padvinderij of AJC heeft vrienden van heel vroeger, kan ze hebben in ieder geval. Hetzelfde geldt voor iemand die uit een buurt komt waar weinig werd verhuisd, maar wie van Leeuwarden naar Amersfoort naar Amsterdam ging, is iedereen kwijt. Ik ging van West naar Zuid en liet mijn westvrienden achter, behalve die ene dus die trouwens in Zuid woont en pal om de hoek. Al een jaar of 25 hoor ik mijn geliefde zeggen dat ze wel eens een patatje zou lusten van Wil Graanstra op de Westermarkt, maar om de een of andere reden komt het er niet van.

Vanmorgen bijvoorbeeld was de patatrij langer dan de rij voor het Anne Frankhuis, maar na een mooie stadswandeling door een ijzig Amsterdam kreeg ze een herkansing.

De man bij wie we bestelden, droeg een bril met een rood montuur en een uitzinnige ijsmuts. Het was dus Graanstra zelf die hier friet stond te bakken. Er meldde zich een nieuwe klant, waarop bleek dat ik een beetje in de weg stond. De juf was niet ouder dan zesentwintig schatte ik. Het mocht dus haast een wonder heten dat zij nog wist wat een brief was en dat je hem om hem ergens heen te sturen in een brievenbus moest doen.

Zou ze weten dat er een postzegel op moet, bedacht ik, zorgelijk als ik nu eenmaal ben. En kregen de kinderen wel een cijfer?

Lang geleden las ik over een meisje dat een 8 voor sperziebonen had. Ook heb ik iemand gekend die op de Joodse school een onvoldoende had voor zegeningen, en in een interview dat ik kort geleden las, zei de 9-jarige Nena Verdonk: Wanneer houden kinderen op moet huppelen?

Op het moment, denk ik, dat ik ophoud me zorgen over hen te maken. Moeders die hun fiets op de standaard zetten terwijl hun kind in een mandje achterop zit, kinderen die achter hun bal aan dreigen te rennen als die van de stoep afrolt, moeders die op hun telefoon kijken terwijl hun kinderen in een pierenbadje spelen, overal zie ik gevaar. In de tram had het meisje zich aan de greep van haar moeder ontworsteld en drong langs mij naar de uitgang. Waar de man die naar buiten stapte zojuist het klaphekje had losgelaten.

Ik wist er nog net een hand tussen te krijgen en zag haar vrolijk weg huppelen, nieuwe gevaren tegemoet. Aan de Distelweg, vlak voor je bij de Aster­dwarsweg komt, kun je achter een hek de Food Coop Noord zien liggen. Ik zag kleine zelfgebouwde huisjes, waarvan een met een boot op het dak en een ander met een tafel voor de deur waarop een grote ­globe stond. De moslima van dienst die zei dat ze de sleutel ging halen, bleef een hele tijd weg en toen ze kast wilde ontsluiten, bleek hij al open, zodat we allebei een lachbui kregen.

Bij de betaalbalie legde ik mijn euro neer. Bij café De Pont gingen we aan het raam zitten om over het IJ te kijken en naar de schepen die met grote snelheid langzaam voorbijvoeren. Als je bij De Pont een plasje wil doen, moet je een heel steile trap op die je daarna ook weer af moet. Omdat we wilden zien hoe het Van der Pekplein er tegenwoordig bij ligt, namen we het pontje naar de Buiksloterweg. Het was een mooie frisse dag en het IJ strekte zich aan beide kanten uit zover je kijken kon.

De Zuiderzee ligt achter een dijk en daardoor is het licht veranderd, maar op het IJ ligt het er volgens mij nog net zo bij als in de zeventiende eeuw. Vanaf de pont zag ik zelfs de drie masten van een driemaster. Dichterbij gekomen zag ik een vrouw bezig de was op te hangen. Een wasje in de wind is altijd al een feest, maar als het wasje ook nog op een zeilschip wappert, raakt het aan geluk, dat slechts wordt overtroffen door een wasje op een schip dat hoog aan de wind het water klieft.

Het Van der Pekplein had een verfje gekregen, maar leek verder sprekend op het Van der Pekplein van weleer, net als de Van der Pekstraat trouwens. En vindt zijn bekroning in de Wasknijper, een brug van formaat over het Buiksloterkanaal. Een ­geheimzinnige tekst die dromen doet en me onweerstaanbaar denken deed aan de tekst die ik eens zag op een groot gebouw in Berlijn.

Waar we liepen lag eens Asterdorp, in gebouwd als schoremstad, tijdens de bezetting ­verworden tot Joods getto, inmiddels spoorloos verdwenen. In de tram stond een oude vrouw met een rollator. Toen ik uitgestapt was, zag ik dat er vlak voor de tram een vel bladmuziek tussen de rails lag.

Oprapen, maar pas na oogcontact met de bestuurder, want o wee als de tram ineens ­begint te rijden. De oude vrouw met de rollator was ook uitgestapt, zag ik, maar zonder rollator en voordat ik iets had kunnen ondernemen, was ze al in de volgende tram gestapt die knarsend het stoplicht haalde en in razende vaart over de brug verdween.

Duivelseiland lag gevangen in een volle regenboog met al zijn kleuren. Duivelseiland, waar de jonge mensen wonen, ligt aan de andere kant van de straat. Frikkendorp, voor de oudjes, aan de onze. Maar Moord en Brandbuurt was me tot voor kort ontgaan. Ze zullen het ernaar gemaakt hebben in de Spaarndammerbuurt, dat voorbeeld van verheffende architectuur, met zijn ramen die niet helemaal open kunnen om over de vensterbank hangend kletsen te voorkomen, zijn aan de vloer vastgeschroefde tafels en zijn schuurtjes met moestuingereedschap.

Niets van dat al in de Indische Buurt, waar toch ook arbeiders woonden. Er staat daar een school die genoemd is naar Jan Pietersz. Dat kan zo niet langer. Behalve in de Indische Buurt dan. Met u hoop ik dat die oude mevrouw haar rollator teruggevonden heeft.

En de gevonden muziek bleek fijne marsmuziek, soms weet je niet waaraan je het verdient. Wie een boek schrijft, zal het ook corrigeren. Corrigeren is als spinazie wassen, er blijft zand uitkomen, en zo volgt na iedere correctieronde een nieuwe correctieronde, tot het boek naar de drukker moet en het wassen, zand of geen zand stopt.

In mijn boek sterft de Rapenburgerstraat met zijn bewoners die huis na huis, trap na trap uit hun woningen worden gehaald om via Centraal Station en Westerbork naar Polen worden gedeporteerd om daar vermoord te worden.

Toen iedereen weer dood was, borg ik het manuscript op en maakte me klaar om de deur uit te gaan voor boodschappen. De herinnering is het brood der doden, dacht ik terwijl ik de deur achter me dichttrok.

Vlak voor de Ceintuurbrug, zag ik, liep een smal in het gras uitgesleten pad in de richting van het benzinestation, hoe was het mogelijk dat ik het nooit eerder had gezien, het pad meen ik. In het café stonden de vaste klanten iets te vieren.

Mij was het iets te gezellig. Nadat ik het ­rumoer had binnen gesloten keek ik de lange straat af die aan beide zijden tot het water reikt. Tijd voor de maan om boven de daken uit te komen. Een paar jongens uit de ­Esmoreitstraat, inmiddels allemaal oude ­mannen, zijn bezig een straatreünie te organiseren. Ze stuurden me een lijst met namen die ze hadden achterhaald. Zo kwam het dat ik terugdacht aan het eerste en ­tevens laatste kinderfeestje dat mijn moeder voor mijn verjaardag heeft gegeven.

Meteen aan het begin van het feestje was het misgegaan, want buurjongen Bartje wilde zijn jas niet uittrekken, terwijl ik juist wilde dat hij dat wel deed. Waar een negenjarige zich al niet over opwindt.

We liepen door de Haarlemmer­straat of op de Haarlemmerdijk, toen ik het verhaal aan mijn geliefde vertelde. Ze was natuurlijk bang dat ie gestolen werd. Laatst kwamen een vriend en ik via associatie op Franz Reichelt, de kleermaker die op 4 februari vanaf de Eiffeltoren weg zou vliegen om vervolgens als een baksteen naar beneden te vallen.

Er schijnt een parachuteclub naar hem te zijn genoemd, maar dat terzijde. Waar het om gaat, is dat mijn vriend een verhaal vertelde dat ons op Reichelt bracht en dat we allebei vergeten zijn welk verhaal dat was.

Het verhaal dat weer aan dat verhaal vooraf ging, herinner ik me wel. Dat ging over Bulletje en Bonestaak die op Manhattan wachten op de in rubberbanden verpakte man die na dertien dagen, zeven uur en tweeëntwintig minuten weer contact zal maken met de aarde om daarna nog hoger de ruimte in geslingerd te worden. Het bruggetje dat de overzijden van de twee verhalen tot buren maakte, lijkt voor altijd kwijt.

De krantenwinkel naast de kaas bleek gesloten. Er was geen brood in huis, maar door tijdgebrek moest er gekozen worden, tussen brood van een eind verderop of een krant van een eind terug. Brood of krant, krant of brood. Het werd de krant. Bij de zebra op weg naar Martyrium meende ik aan de overkant een dame te ontwaren met net zulk grijs haar als ik, met dat verschil dat haar haar vroeger platina was geweest en het mijne melkboerenhonden.

Terwijl ik me iets voorover boog en een oog sloot om beter te kunnen zien, zag ik dat zij hetzelfde deed. Het ging haar goed, maar oud worden, vond ze niet echt een feest. Even later betrad ik Martyrium, waar een grote Lucebertposter in de etalage hing. En nu bleek hij plotseling de beste dichter van Nederland te zijn geweest. Ik moest er aan denken toen ik bij de kapper binnenstapte waar Alies uit Akersloot die tijdens het knippen vaak zo gezellig met mij praat al op me stond te wachten.

Truitje, klinkt goed, vindt u niet? Bij twee nichtjes die naar België waren verhuisd en op school zoveel plezier hadden omdat ze er op de poep ­zaten. Maar de Belgen zeiden dat het een aardappel was.

Als je naar het frietkot gaat en je vraagt om een patat, dan krijg je een aardappel. Hebt u eigenlijk kleinkinderen? We gaan straks naar haar toe. Mag u haar op straat nog een knuffel geven? Nadat ik mijn kleindochter begroet had, streek ze met haar hand over mijn gemillimeterde hoofd en zei: Wie tramt zit met zijn neus in de tramrails, wie loopt of fietst is zo vrij als een vogeltje.

Ook als de bestemming vast ligt zijn er duizend ­manieren om er te komen. Neem ik de toeristische route? Zelfs als je de kortste weg neemt, zijn er vele mogelijkheden. Als een straat opgebroken is of ­afgesloten wegens weet ik veel is er altijd een sluipweg, meestal vlak langs de huizen.

Er staan borden die met boetes dreigen en mannen met hesjes die driftig gebaren, maar het is geen Amsterdammer die zich daar wat van aantrekt. Bij de werkzaamheden rond het Weteringcircuit hebben ze het daarom anders aangepakt. Wat er gebeurt als je naar links gaat, heb ik nog niet uitgeprobeerd, maar ga je rechtsaf dan zit je gevangen tussen twee ijzeren tangen en heb je maar te gaan zoals de pijlen wijzen.

Zo kwam ik terecht in de Den Texstraat waar ik heel lang niet geweest was en meteen een hoogst interessant poortje zag, waarvoor ik helaas geen tijd had.

Via de ­Nicolaas Witsenstraat hervond ik de vrijheid. Ik stak over richting Reguliersgracht en zo schuin tegenover de Alhambra moest ik denken aan de nachten dat hier nog druk getippeld werd. Ik stond hier toen eens met een dame die daar geen weet van had. We wilden een taxi en toen ze een auto zag naderen, ontsnapte ze naar de trottoirband en stak haar hand op, waarna de auto prompt tot stilstand kwam en het portier openzwaaide. Ze boog voorover voor overleg en riep toen: Wie bij een Chinees eet, heeft het vaak een tijdje over eten bij de Chinees.

We kwamen uit de Openbare Bibliotheek aan de Oosterdokskade en we wilden ergens een hapje gaan eten. Maar waar, was de vraag. Totdat iemand opmerkte dat er vlak voor onze neus een enorm Chinees restaurant in het water dreef.

Gauw naar de loopplank dus en aan boord. Zonder dat we er om hadden gezeurd, werden we naar de mooiste tafel van het restaurant geleid, uitzicht op het water en de bootjes en op de huizen en de torens die ­boven de huizen uitstaken aan de overkant. Intussen waren de drankjes gebracht en was het verplichte uitwisselen van herinneringen aan Chinese restaurants begonnen.

Eddy deed nostalgisch over tante Mia, een bamitent op de Oudezijds waar in de jaren vijftig heel artistiek Amsterdam goedkoop kwam eten. We bestelden, bestelden er bier bij en thee en mijn geliefde zei dat zij haar biertje pas wou als het eten op tafel stond. Toen het eten er stond, kwam de jongeman die ons vlekkeloos bediende, vragen hoe het ook alweer zat met dat biertje. Toen we uitgegrinnikt waren, stond het op tafel.

Op weg naar de uitgang van het zeepaleis bewonderden we de enorme uit hout gegutste adelaar die met gespreide vleugels in de hal staat. In de lege winkelruimte in de Roelof Hartstraat stond een ronde tafel met daaromheen negen stoelen.

Op de tafel lag een schedel, van een paard zo te zien, en er stond een beeld van een grote witte hond met zwarte vlekken. Op een van de negen stoelen zat een man op zijn telefoon te kijken. Bij de Ceintuurbrug lag een ­gestroomlijnd jacht afgemeerd, vernoemd naar een society­verslaggever uit lang vervlogen tijden.

Ik wist het niet. Nadat we bij Marqt van die lekkere viskoekjes hadden gekocht, zochten we Sarphati op voor een drankje. Het meisje dat ons een borrel bracht, hield er een in elke hand en liep stapje voor stapje om niet te morsen.

Oude man valt in herhalingen. Een paar dagen later schonk ik in de keuken een borrel in en liep er voorzichtig mee naar de huiskamer. Nadat ik de glaasjes op tafel had gezet, dacht ik, hé, ik had ook aan tafel kunnen inschenken. Niks te zien en er gebeurt nooit wat. Sinds een tijdje zijn ze bezig het voormalige politiebureau te verbouwen tot appartementen. Ik volg het met argusogen. In de vroege morgen van zaterdag 5 juni liep ik met Frans de Bruyn over het landje achter de Glazen School.

We hadden een winkelruit ingegooid en we konden maar beter bekennen, want anders gingen we naar het tuchthuis. Een paar weken later, op woensdag 30 juni, stond ik met mijn moeder voor het Hoofdbureau van Politie, waar ik om twee uur precies verhoord zou worden. Maar om twee uur was ook de zonsverduistering en die ging voor.

Het werd stil op straat. Schaduwen verdwenen, de gebouwen stonden in het bleke licht alsof het uit karton geknipte decorstukken waren. In januari ging Jan Donkers, en o wat zal ie het koud hebben gehad, met een fles jenever naar Gerard Kornelis van het Reve om hem te vragen of hij beschermheer wilde worden van het jongemannengezelschap Baart. Dat wilde Gerard wel. Met een knalfuif, filmpjes waarop je kon zien hoe jong we vroeger waren, toespraken, een etentje en een boek, Het dispuut Baart, hoe 16 Amsterdamse jongens wel even de media zouden veroveren.

Frits en ik hebben het er niet over gehad, maar zoals altijd als ik hem zie, gingen mijn gedachten terug naar de middag van de voetbalwedstrijd tegen de Haagse Post, toen ik na een keiharde tackle van Ischa Meijer jodelend van pijn tegen de grasmat ging.

Iedereen riep meteen om dokter Frits, die nog wel geen dokter was maar ervoor leerde, wat min of meer hetzelfde is. Dokter Frits kwam, keek en zei: Een paar weken later hielp ik Frits verhuizen. Om het geld dat we niet hadden uit te sparen, had hij een bakfiets gehuurd.

Ik zat in de bak tussen huisraad, stoelen en een bed. Frits trapte en ondertussen bespraken we de komische sketch die we schrijven gingen voor Johnny en Rijk. Frits zag het daarom niet, het bestelautootje dat de Tweede Jacob van Campen uitkwam.

Daarbij kwam dat hij dacht dat je remde door de rem omlaag te duwen of omhoog, daar wil ik van af wezen, maar het resultaat was hetzelfde. Ik wilde wel dat het in de Spaanse Brabanderstraat was, maar het was in de Grianestraat dat ik samen onder onze paraplu gebakken vis rook. Echt verbaasd was ik niet, want om de hoek op de Bos en Lommerweg, wist ik, lag de vishandel van de Gebroeders Molenaar, geen kar, maar ook geen winkel, iets er tussenin.

Molenaar is een visboer zoals visboeren horen te zijn. Alle vis die een mens zich wensen kan, voortreffelijk uitgestald, leuk personeel en gezellige klanten, voornamelijk van Marokkaanse ­afkomst.

Ik bestelde een harinkje en terwijl ik het me smaken liet, volgde ik het gesprek tussen een meisje van de vis en Marokkaanse die even niet wist hoe de vis die ze ­begeerde ook alweer heette.

De dorade en de zonnevis hadden geen moeilijkheden opgeleverd maar nu zat ze even vast. Ten slotte wees ze op mijn haring en zei: Ik hoopte dat ze hem ter plekke soldaat zou maken, met uitjes en een stukkie zuur, maar ze liet hem inpakken, ook goed.

Even later staken we over naar de drukke kant van de Bos en Lommerweg, waar het wemelt van de patisserieën en de theesalons en waar door dames met kinderwagens geflaneerd wordt terwijl hun kleuters groepsgewijs aan uitzinnige lollies likken.

De Bos en Lommerweg is anders dan in mijn kinderjaren, maar ik voelde me weer helemaal thuis. Binnen wisten we dat nog niet en vroegen we ons af of er nog mensen waren die wisten wat dat was, een binnenkomertje. De Bos en Lommerweg is als thuiskomen. Krogstad, werknemer bij haar man, dreigt nu ontslagen te worden en chanteert Nora.

Hij wil niet alleen zijn geld terug maar ook dat Nora ervoor zorgt dat hij zijn baan behoudt. Een brief van Krogstad zet de verhoudingen tussen Nora en Torvald op scherp.

Nora realiseert zich dat het ‘perfecte’ leven dat ze leidde een leugen is geweest. Hélène Alving wil met de oprichting van een kindertehuis ter nagedachtenis aan haar overleden echtgenoot haar voorbije leven afsluiten. Ze wil haar liefdeloze huwelijk en de leugens uit het verleden achter zich laten en heeft haar hoop gevestigd op haar enige zoon Oswald, die na een kunstenaarsbestaan in Parijs terugkeert naar het ouderlijke huis. De gedroomde toekomst komt niet tot stand als blijkt dat Oswald lichamelijk en geestelijk is uitgeput.

Het lijkt alsof de spoken uit het verleden zich tegen hem hebben gekeerd. Joan Nederlof studeerde in af aan de Toneelschool in Amsterdam en richtte o. Sinds schrijft ze zelf toneelstukken, de laatste jaren in nauwe samenwerking met Lineke Rijxman. In deze komedie blijft geen persoonlijkheidsstoornis onbenoemd en kunnen we hartelijk lachen om het onvermogen van de Westerse mens om zijn zegeningen te tellen en te genieten van wat hij heeft.

Nederlanders geven de kwaliteit van hun bestaan gemiddeld een acht, maar desondanks gebruikt bijna tien procent van de bevolking antidepressiva. Ook voor de zusjes Freud is de weg naar geluk niet gemakkelijk te vinden. Tijdens een hectische nacht doen ze een poging om eerlijk naar zichzelf te kijken.

En dat valt niet mee. Joachim Robbrecht Gent, is schrijver en regisseur. In ontving hij de Charlotte Köhler prijs. We leven voorzichtig als porseleinen vaasjes, vertonen risicomijdend gedrag, drinken geen druppeltje alcohol meer als we achter het stuur zitten en gaan in eerste versnelling door de bocht. Bij al dat verzekeren vergeten we de enige echte zekerheid: Dat kan niet anders, nee, dat moet ergens een keer mis gaan, misser dan mis.

Robert van Dijk is freelance toneel- en scenarioschrijver. Als jonge twintiger heeft Ismail moeite zijn weg te vinden en de herinnering aan zijn te vroeg gestorven oudere broer houdt niet alleen hem maar het hele gezin in zijn greep.

Als zijn vader tegen een mooie financiële vergoeding voor diens baas de gevangenis in gaat en zijn moeder met diezelfde baas een relatie krijgt, heeft dat verstrekkende gevolgen. Daniel Sikora °, Hasselt studeerde in af aan de Toneelacademie Maastricht en is werkzaam als theatermaker , docent, muzikant en performer. Hij is mede-oprichter van tg De Eenzamen.

Kormoraan is het relaas van een jongeman die wanhopig op zoek gaat naar de plek, naar de mens, naar het verhaal waar hij zich thuis voelt. Een toevallige ontmoeting met een vogel zet zijn wereld op zijn kop, en samen met het dier ontmoet hij andere zwervende en verloren zielen. De zoektocht naar menselijk contact brengt hem via Walt Disney-tekenfilms en wildlife documentaires onvermijdelijk terug bij hemzelf en doet het beest en de mens in hem een innerlijke strijd uitvechten.

Frank Siera Katwijk, is schrijver en regisseur. Sindsdien schreef hij o. Wanneer ben je niet meer verantwoordelijk voor wat je doet, zegt of schrijft? Als je als 's Neerlands grootste dichter je eigen gedachten niet op een rijtje hebt, wat betekenen alle loftuitingen dan nog?

Wat als je eigen taal een loopje met je neemt? Als je een moord pleegt, maar ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard? Een chaotische poging, aan de hand van het tumultueuze leven van Gerrit Achterberg, overzicht en structuur te scheppen.

Magne van den Berg , Enschede studeerde aan de Mimeopleiding in Amsterdam en maakt sindsdien haar eigen voorstellingen. Haar eerste teksten regisseerde ze zelf, latere teksten zijn geregisseerd door anderen.

In won ze de allerlaatste H. G Van der Viesprijs voor het stuk 'De lange nasleep van een korte mededeling'. De tekst 'Met mijn vader in bed wegens omstandigheden ' is vertaald in het Duits nadat het werd geselecteerd voor het Neue Stücke Festival in Wiesbaden. Ook werkt ze regelmatig nauw samen met choreografe Nicole Beutler.

Eva Pieper in vertaler en trainingscoach. Ze werkte als regisseur, dramaturg en vertaler van toneelstukken NL-D-NL voor diverse Nederlandse theatergroepen en schrijvers. Ook werkte ze als taalcoach voor tal van Nederlandse en Vlaamse theatergroepen. Vertaalde met Eva Pieper werk van o. Vater und Tochter telefonieren, 28 Szenen lang.

Sie reden und diskutieren, streiten und schweigen, sie sprechen mit dem Anrufbeantworter – und immer wieder muss das Wetter als Gesprächsstoff herhalten. Vor wenigen Monaten ist die Ehefrau und Mutter gestorben und das gemeinsame Trauererlebnis und der unterschiedliche Umgang damit prägen das Gespräch.

Der Vater hat schon nach drei Monaten eine neue Frau geheiratet. Vor allem ihr zuliebe will er Platz schaffen im Haus. Casper Vandeputte is een Nederlands toneelregisseur en schrijver. Sinds zijn afstuderen in maakte hij theatervoorstellingen bij onder meer Huis van Bourgondië, Het Lab en Toneelschuur Producties.

Vanaf is hij verbonden aan het Nationale Toneel. Een psychiater wandelt door de gangen op weg naar de Eerste Hulp. Over een uurtje is zijn dienst afgelopen en kan hij zich in het feestgedruis storten. Maar eerst nog dit spoedgeval; een uitgeprocedeerde asielzoeker heeft zich eerder op de dag in brand gestoken tijdens het luchten in vreemdelingendetentie. De psychiater moet beoordelen of deze man een psychiatrische stoornis heeft.

In dat geval mag de man nog blijven om behandeld te worden. Zo niet, dan is hij ‘fit to fly’ en zal hij morgen worden teruggevlogen. Geschreven in samenwerking met Karel Smouter. Rik van den Bos studeerde in mei af aan de Schrijfopleiding van de theaterschool Utrecht.

In ontving hij het Charlotte Köhler Stipendium. Een bleke man vertelt een verhaal over angst. Vanaf de wallen van de brandende stad spreekt hij ons toe. Eigenlijk een taak voor een God, maar bij gebrek aan Goden, is het een sterveling die ons toespreekt. Hij vertelt over een jonge nietsvermoedende vrouw die, vlak voor de val van de stad, zich opmaakt voor een feest om er radeloos van terug te keren. Jibbe Willems is afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht.

Iedere maand is hij te zien in de satirische theatershow De Orde van de Dag. In trad hij aan als huisschrijver van Toneelgroep Maastricht.

Een gehucht, door zout water afgesneden van het vaste land. Maar nog meer dan de krachten van storm en water, vreest men de driften diep van binnen. Aan het hoofd van de gemeenschap staat de stokoude Per Abba.

Hij gaat voor in het ritueel dat de bewoners meermaals per dag uitvoeren: Hij studeerde aan de Acteursopleiding van Toneelacademie Maastricht. Aussems is één van de oprichters van theatermakershuis de Queeste. Daar investeerde hij in het ensceneren van nieuwgeschreven theaterteksten en vertaalde hij verschillende toneelstukken. Er breekt brand uit op het college van Berkenbos, Heusden-Zolder. Drieëntwintig jongens in de slaapzaal van het internaat laten het leven. Hoe bepaalt zo’n ramp je verdere leven?

Hoe geef je er zelf betekenis aan? Hoe maak je verdriet leefbaar? En waarop vestig je je hoop als net dat wat hoop gaf, werd weggenomen? Het strand van wat ooit Katwijk zal worden. Keizer Caligula, vertrokken uit Rome, besluit de zee te bevechten. Als het eb wordt, bouwt hij als overwinning een triomfantelijke toren op het strand, waarvan de ruïnes nu nog onder het zand schijnen te liggen. Hoe is het om je geboortegrond te verlaten en de wijde wereld in te trekken? Wat beweegt iemand zijn veilige omgeving achter te laten en zijn onzekere ambities na te jagen?

Met een actrice, die de beslissing neemt te stoppen met spelen en de politiek ingaat. En waarom zou de eerste scène zich niet afspelen in een restaurant? Waarom zou de politica in spe niet gaan eten met haar ex-man?

En waarom zou zich na verloop van tijd niet een ober bij hen voegen? En waarom zou de politica in spe niet op de uitnodiging van deze ober ingaan om nog even naar beneden, naar het casino te gaan? Zodat het stuk, de politica in spe, de ober en de ex-man meteen kunnen vervreemden, meteen kunnen afdalen, om zich meteen te laten verleiden door de middelpuntzoekende kracht van het geluk.

Helmert Woudenberg Elspe, deed in eindexamen aan de Amsterdamse Toneelschool. Na twee seizoenen bij Toneelgroep Centrum, werd hij één van de oprichters en leden van Het Werkteater, dat nationaal en internationaal in de jaren ’70 en ’80 veel opgang maakte.

Vijftien jaar lang was hij aan deze groep verbonden. Momenteel is hij freelance acteur, regisseur en docent en trainer. In ‘Landverrader’ speelt Helmert Woudenberg zijn grootvader Hendrik Jan, die tijdens de bezetting door de Duitsers werd benoemd tot leider van het Nederlandse Arbeidsfront.

Over hoe hij als bemiddelaar optrad tussen kopstukken als Rost van Tonningen en Mussert en ook zijn levenslange controverse met zijn broer Kees, de socialistische voorman komt aan bod. En hoe hij tenslotte opzij werd gezet door de Duitsers, die hier met ijzeren hand regeerden vanuit een verdorven, haatdragende politiek. Michel Sluysmans Heerlen, is acteur, schrijver, artistiek leider en regisseur bij Toneelgroep Maastricht. Samen met Vincent van Warmerdam schreef en regisseerde hij in voor Orkater de muziektheatervoorstelling Blackface.

Jan Veldman Doodstil, 19… is schrijver van van toneelteksten, filmscenario’s, tv-scripts en liedjes. Hij schreef toneelteksten voor o.

Vincent van Warmerdam Haarlem, is een Nederlandse gitarist, componist en theatermaker. Daar ontwikkelde hij zich met name als gitarist en componist. Terry Copper is toneelknecht en leidt een onzichtbaar leven in de coulissen van het theater. Tot op een avond de rode fez van Tommy Cooper is achtergebleven op het toneel. Hij wil de fez terugbrengen naar zijn rechtmatige eigenaar. Op zijn tocht wordt hij begeleid door een geheimzinnige Master of Ceremonies en zijn orkest, die hem terecht laten komen in een hilarische wereld van buikspreekpoppen, schuine moppen en mislukkende goochelacts.

In Ik speel geen Medea, zien we drie actrices anderhalf uur voor aanvang van de voorstelling. Het stuk speelt zich af op het achtertoneel, in de kleedkamer. Daar waar er nog niet geacteerd hoeft te worden slaat de vertwijfeling toe. De angst en de diepe haat-liefde-verhouding ten aanzien van het vak wordt zichtbaar.

De tekst ontving de Taalunie Toneelschrijfprijs Haar toneeltekst Requiem werd genomineerd voor de It’s Playwriting Award Van Gennip schrijft ook columns en gedichten. De president en zijn vrouw staan voor de onmogelijke keuze hun zoon te offeren, in ruil voor de levens van achtentwintig kinderen. Een gruweldaad die niet wordt ingegeven door een goddelijk bevel maar door hun eigen volk. Muisman is een ambtenaar met een onbeduidende functie.

Toch houdt Muisman van zijn werk. Hij is keurig, nauwgezet en punctueel, op het dwangmatige af. Op een dag maakt de wereldvreemde Muisman kennis met het impulsieve en licht ontvlambare ‘meisje van boven’.

Zij beweegt Muisman ertoe een nieuwe jas te kopen, een jas die zijn leven zal veranderen. Twee wachters moeten een gevaarlijke grensovergang bewaken. Maar hoe gedraag je je ten opzichte van gevaar dat onzichtbaar is?

Hun machtsvertoon gaat ongemerkt over in machtswellust en alle passanten worden opgehouden en onderworpen aan een zenuwslopend, absurdistisch kruisverhoor. Twee onbekenden ontmoeten elkaar bij een bankje aan de rand van een bos. Ze raken in gesprek. Eerst beleefd en oppervlakkig, geheel volgens de wetten van de sociale etiquette. Maar naarmate hun gesprek vordert, blijken de twee veel met elkaar te delen.

Maar ook veel leed. De twee komen dichter en dichter bij elkaar. Té dicht voor de gemiddelde zondagmiddag…? Hannah van Wieringen Haarlem, schrijft, vertaalt en bewerkt toneel, o. In debuteerde ze als prozaïst met De kermis van Gravezuid. Haar poëziedebuut in met de programmatische titel hier kijken we naar werd genomineerd voor de C.

Buddingh’-Prijs en won de debuutprijs van Het Liegend Konijn. Een apocalyptische ramp overvalt een vrouw in de bergen. Een onzichtbare wand isoleert haar van de rest van de wereld. In één enkel moment is haar bestaan teruggebracht tot het meest basale: Langzaam dringt het tot haar door dat zij als enige overgebleven is.

Ze begint aan een ontdekkingsreis door deze nieuwe wereldorde. De tekst is geïnspireerd op de klassieke roman van de Oostenrijkse Marlen Haushofer. Drie jongens nemen afscheid van thuis, de ouders zwaaien de jonge beroepsmilitairen uit… Hoe gaat de familie om met al die ongerustheid en onwetendheid, maar ook bewondering en trots?

En altijd speelt die centrale vraag: Deze tekst is in het Fries. Ira Judkovskaja Moskou, werkte na de Regie Opleiding te Amsterdam bij verschillende gezelschappen en productiehuizen in Nederland o. Sinds is zij artistiek leider van Tryater. Annelies viert voor het eerst sinds haar scheiding Sinterklaas. In haar ouderlijk huis, met haar vader en haar zoontje.

De vader zal voor Sinterklaas spelen en ook twee studievrienden van Annelies komen langs. Allemaal blijken ze bezig hun leven een nieuwe richting te geven.

Alleen, hoe weet je dat je verder gaat en niet achteruit? Grûn vertelt het verhaal van twee boerenfamilies uit hetzelfde dorp. De ene familie is katholiek en houdt al vier generaties het boerenbedrijf draaiende. De andere familie is hervormd, bij hen werd de boerderij in de jaren zeventig weggesaneerd. De families leefden lang met een vanzelfsprekendheid óp en ván het land waar ook hun ouders en voorouders leefden.

Kees Roorda Leeuwarden, is toneelschrijver en regisseur. Hij richtte in samen met enkele zielsverwanten The Glasshouse op, dat voorstellingen maakte met acteurs, filmmakers, componisten, musici, beeldend kunstenaars, dichters en rappers. In een kleine gemeenschap is alles pais en vree.

Families kennen elkaar generaties lang. Men gaat nog naar bed zonder de deur op slot te draaien. Tot er een schaduw valt over de kleine gemeenschap. Er wordt een inbraak gepleegd. En dan zijn de rapen gaar. De Friese titel van De Wouden is: De Wierheid fan Wylgeragea. Wieke heeft haar leven geleefd. Ze heeft veel gereisd, gezien en een prachtige collectie borden opgebouwd. Ze vindt dat ze afscheid moet nemen: Ze wordt, misschien wel voor het eerst, gedwongen haar levenswerk te bekijken door de ogen van een ander.

Gespeeld in het Fries onder: Judith Herzberg Amsterdam, is dichter en toneelschrijver. Haar toneelwerk werd in verschillende talen vertaald en met name in Duitsland veel opgevoerd.

De Theatertroep Amsterdam, is een collectief van tien toneelspelers. Zij doorspit met regelmaat het rijke aanbod aan klassieke en moderne toneelliteratuur, maar duikt even gretig in de geschiedenis van de film, de beeldende kunst, het cabaret en de sketchshow en schrijft daarnaast zelf nieuw repertoire. Een verhaal over een Japanse man die zich als acteur aan mensen verhuurt. Het stuk is een compositie zijn van kleine scènes en korte dialogen waarbij altijd de vraag gesteld kan worden: Waar in het grijze gebied tussen leugen en waarheid bevinden we ons?

Herman Heijermans Rotterdam, - , Nederlands toneelschrijver. Hij schreef onder andere Ghetto en Op hoop van zegen, daarnaast ook vele eenakters. Nadat de vijftienjarige Barend, de jongste zoon van Kniertje, wier man en twee kinderen op zee zijn omgekomen, voor zijn ogen een schipper heeft zien doodgaan wijst hij het uitzichtloze vissersleven van de hand.

Hij zoekt ander werk, maar het blijkt niet mogelijk uit het armzalige bestaan weg te komen. De oude vissersboot De Hoop is niet meer zeewaardig. Reder Bos laat hem toch weer uitvaren, zonder hem grondig te laten repareren.

Uiteindelijk gaat Barend met zijn broer Geert toch aan boord van De Hoop. Tijdens een hevige storm vergaat De Hoop. Nieuw West heeft hij in mee opgericht. Een spel van zwart en wit, van ja en nee, van doen en laten. In het spel kunnen ze samen zijn, maar alleen staan ze toch het sterkst. Vanuit een enorme lees- en leergierigheid willen zij hun publiek bedienen met vragen, gedachten en perspectieven.

Op hoeveel manieren kan een mens vallen? Uit het paradijs, je jeugd, een relatie, uit de taal. Hoe kan je jezelf oefenen in rouw voor een verdriet dat nog moet komen? Of het verdriet, de tragedie van een ander? Hoeveel sentimentaliteit ook, om écht te kunnen meevoelen? Hoeveel fictie hebben we nodig om écht authentiek te worden? Geen opera, geen zingende personages, wel muziek als strategie om emoties te sturen, te manipuleren, of in de weg te zitten. Want hoeveel soundtrack verdraagt het ware leven?

Zijn toneelstukken worden vertaald in het Frans en het Duits. We leven in een verandering van tijdperk. In Hoop gaan zijn personages op zoek naar perspectieven. En wenden ze zich tot het publiek. Om één van hen te zijn. Geen rol meer te spelen. En een voorstel te doen. Boelgakov was een Russisch roman- en toneelschrijver. Zijn toneelstuk De dagen der Toerbins werd later tot de roman De Witte garde bewerkt.

Vlak voor zijn dood voltooide Boelgakov zijn grote roman De meester en Margarita, waaraan hij twaalf jaar gewerkt heeft. Alain Pringels , Lokeren is dramaturg, regisseur, vertaler en auteur. Naast zijn eigen theatergroepen werkte hij als dramaturg en regisseur bij NTGent en Publiekstheater. Sinds is hij dramaturg bij Toneelgroep De Appel. Hij vormt sinds een vertaalduo met Ludwig Dierinck. Samen vertaalden ze Martelaar van Marius von Mayenberg. Het verhaal van deze vrije boekbewerking 'De meester en Margarita of… Onderaan de berg valt de duisternis eerst…' wordt verteld vanuit het perspectief van de meester, die door de van hogerhand opgelegde censuur –en verslaafd aan morfine- in een mentaal isolement geraakt, waarin de grens tussen koortsdroom en realiteit vervaagt.

De personages uit de nog tot stand te komen roman komen tot leven en lijken hem te overheersen. Ger Thijs , Ubach over Worms is regisseur, toneel schrijver, acteur en toneelleider. Zijn toneelteksten zijn gespeeld door o. Een werkloze clown krijgt een brief van het UWV. Zijn uitkering dreigt te worden gestopt en het wordt tijd dat hij re-integreert. Maar dat zint deze clown allerminst. Hij is immers essentieel en onontbeerlijk voor de samenleving. Hij laat de mensen lachen als ze verdrietig zijn, hij troost ze als ze ten einde raad zijn.

Maar wie troost hem als hij zijn uitkering dreigt te verliezen? Bruno Mistiaen Gent, werkt als videokunstenaar, regisseur, vertaler, toneel- en prozaschrijver. Het hallucinatoire middel zet alle kanalen open.

Is het een trip? Geloven en het menselijk verlangen naar het begrijpen van het onbegrijpelijke, het benoemen van het onbenoembare, het vatten van het onbevattelijke.

Wij mensen, sukkels der natuur, op zoek naar zingeving, een richting, een weg, een iemand, een iets, een het, een dat, een antwoord op de aloude vraag: Schippers Groningen, is programmamaker, schrijver en beeldend kunstenaar.

Going to the dogs haalde in het wereldnieuws; een stuk waar de acteurs geen mensen waren maar herdershonden. Het verhaal begint als een jongeman per ongeluk verzeild raakt in de wereld van Wim T. Hij ontmoet de vrouw van zijn leven, een rechtenstudente die bijklust als koffiejuffrouw. Als de studente geconfronteerd wordt met een loodgieter gebeuren er bijzondere escapades.

Ondertussen wordt er gewerkt aan het repeteren van een toneelstuk dat verdacht veel lijkt op het stuk dat wordt opgevoerd. En daarnaast gebeuren er nog vele dingen die soms wel en soms helemaal niet te rijmen zijn in het stuk.

Karel Tuytschaever ° is acteur en maker. Een man is alleen. Zijn vrouw is weg. Zij liet haar zoon - uit een ander huwelijk - bij hem achter. Hij wordt noodlottig verliefd op zijn stiefzoon, die op zijn beurt zijn avances afwijst. Wanneer de vrouw terugkomt, verandert alles. In Oksel staat de fysieke aantrekkingskracht tussen twee jonge mensen centraal. Hun lichaam groeit, trekt elkaar aan en komt dichter bij.

Misschien is liefde simpelweg een grimmig spel tot op het bot: Ze schrijft, speelt en maakt theater met Compagnie de Kolifokkers. Bos, Rak, Fep, Lis en Drop wonen samen in een dorp. Hun vijf huisjes staan midden in het rozenbos. Ze hebben het daar goed. Er duikt een koffer op. Niet veel later komt er een man toe, een dubbel zo lange. Hans van den Boom, is werkzaam als regisseur, schrijver, en dramaturg. Op een avond ontmoet een schrijver een actrice.

Beiden voelen zich verloren in hun werk en ambitie en hij besluit voor haar een monoloog te schrijven. Hij verdwaalt regelmatig in de taal die hij oproept. Het wordt een zoektocht naar zingeving en waarachtigheid. Gerardjan Rijnders Delft, is regisseur, auteur en acteur.

Hij was vanaf tot artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam. Daarna werkte hij als freelancer voor talloze, zeer uiteenlopende groepen en gezelschappen in binnen- en buitenland. Zijn teksten zijn in meerdere talen vertaald. Zwei seelisch beschädigte Menschen, die mit kurzen, straffen Sätzen ihrem mentalen Gefängnis zu entkommen versuchen.

Eleanor hielt auf den Barrikaden kämpferische Reden, während Laura versuchte, sich von der „angeborenen“ Ideologie zu befreien und alles daransetzte, eine ganz normale Familie zu gründen.

Das Privatleben der Schwestern war jedoch zerrüttet. Beide begingen im Abstand von wenigen Jahren Selbstmord. Joeri Vos studeerde aan de Arnhemse Toneelschool. Hij schrijft, regisseert en speelt. Zijn eigen teksten werden onder andere geregisseerd door Eric de Vroedt en Gerardjan Rijnders. Terwijl een groepje internationale feestgangers ontwaakt na een extravagant cokefestijn op een hotelkamer in Dubai, dreigt een project van Shell in de haven van Rotterdam uit te lopen op een totale ‘clusterfuck’, met miljardenverlies, reputatieschade en zelfs oorlog tot gevolg.

Het tij kan worden gekeerd door de Jonge Goden in deze kamer. Fresh Young Gods is het 2e deel van het drieluik Goede Bedoelingen, een reeks satires over mensen uit verschillende milieus en hun uiteenlopende ‘wereld-verbeterende’ ideeën. Wij zijn psychologisch egoïstisch. Dat is geen diagnose, maar een constatering: We doen alles, werkelijk alles, hoe onvoorstelbaar ook, uit eigenbelang.

Een confronterend besef van eenzaamheid. De uitdaging is in dat besef toch troost te vinden. Want wanneer wordt er gedanst? Arne Lygre Bergen, is een Noors schrijver en dramaturg. In kreeg hij de Brage Prize voor 'Tid inne', een collectie kortverhalen. Zijn eerste novelle 'Et siste ansikt', verscheen in Hij is van tot huisschrijver van het Nationaal Theater in Bergen. Werkte als scenarist en regisseur voor televisiedrama, en als regisseur en dramaturg bij NTG en Publiekstheater Gent.

Hij vormt sinds een vertaalduo met Alain Pringels. Niets van mij gaat over een volwassen vrouw die een affaire begint met een veel jongere man. Ze verlaat haar man en kinderen en kiest voor de passie. Maar is dit het grote geluk? Of wordt ze ingehaald door het verleden?

De wereld herdenkt het begin van de Eerste Wereldoorlog? Natuurlijk, we kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe het geweest moet zijn; hallucinant.

Gelukkig kwam er een eind aan. Was er niet nog een update, de Tweede Wereldoorlog en een andere, die Koude Oorlog heette? En Star Wars en Call of Duty? En dat andere spel, de zogenaamde War on Terror? Pam Emmerik Amerongen, was schrijver en beeldend kunstenaar.

In debuteerde zij met de verhalenbundel 'Soms feest'. Voor Theater Victoria in Gent nu Campo schreef zij 'I love you in de bosjes', 'Het voorvocht van een beschermengel' en 'Blij als een gebakken ei'. In april maakt ze een grote muurschildering in het Boijmansmuseum in Rotterdam. Ze overleed in In 'Blij als een gebakken ei' ligt het zwaartepunt bij de gekte van een vrouw, blij dat ze na een zwaar ongeluk vier weken in coma heeft gelegen.

Louis van Beek Kamerik, , toneelspeler en schrijver, speelde bij o. Hij werkt intensief samen met Paula Bangels. Voor zijn zelfgeschreven en gespeelde toneelstuk Mathilde, werd hij genomineerd voor de Louis d’Or. Soeur Sourire is een icoon uit de jaren zestig. Ze was een dochter van een Brusselse bakker, ging het klooster in en veroverde in als zingende non de wereld met de hit ‘Dominique’. Haar succes werd zelfs verfilmd in Hollywood. Toch liep het triest af met Zuster Glimlach.

Eric Bentley werd geboren in Bolton, Lancashire in en werd Amerikaans staatsburger in Hij begon als student, werd theatercriticus, vertaler en vervolgens toneelschrijver. Zijn bekendste stuk is Are you now or have you ever been.

In Amerika zijn drie bundels toneelstukken verschenen: Round 2 is zijn eerste stuk dat in zijn geboorteland Engeland wordt gepubliceerd. De homo-erotische variant van Schnitzlers Reigen, tien scènes waar de liefde wordt bedreven: De Zeeuwse Mathilde Willink, icoon van de Amsterdamse jetset in de jaren'70 en derde echtgenote van schilder Carel Willink, kwam tot haar tragische dood in regelmatig in de publiciteit.

Ze viel op door haar dure, buitenissige kleding van Fong Leng, haar opmerkelijke make-up, maar vooral door haar hele wezen. Louis van Beek probeert haar leven te schetsen, zonder het exacte levensverhaal te vertellen, maar door te zoeken naar het gevoel achter de façade. Don Duyns Haarlem, is schrijver en regisseur. Daarnaast schrijft hij ook romans en scenario's voor tv en film.

Ze is freelance schrijver, publiceerde drie bundels waarin ze poëzie, proza en theater combineert: Pauline Mol Amsterdam, studeerde Nederlands en Theaterwetenschap. Van was ze medewerker bij Tejater Teneeter. Vanaf legde zij zich steeds meer toe op het schrijven van toneelteksten. Van had ze de artistieke leiding van Artemis. Tegenwoordig schrijft zij weer free-lance voor het jeugdtheater. Haar werk is o. In won ze de Taalunie Toneelschrijfprijs voor Gif.

Haar werk is inmiddels in meer dan vijftien landen gespeeld en ook verfilmd. In debuteerde Vekemans als romanschrijver. Acht toneel schrijvers zijn ingegaan op het verzoek van Het Wilde Oog om bij een foto uit de verzameling Spakenburgse Diva's een tekst van tot woorden te schrijven.

Acht monologen dus door: Jacobus Jac van Looy Haarlem, was een Nederlands schrijver en schilder. Zijn schrijf- werk bestaat uit verhalen, romans, gedichten, schetsen, brieven en vertalingen. Hij werd vooral bekend door zijn autobiografische trilogie Jaapje , Jaap en Jacob , waarin hij zijn jeugdjaren beschreef. Voor het toneel vertaalde hij zes stukken van William Shakespeare. Anton Tsjechov was een Russisch schrijver van verhalen en toneel.

Voor het toneel schreef hij de nu nog veelgeroemde klassiekers: Chiem van Houweninge is acteur en scenarioschrijver. Daarnaast schreef hij vele toneelstukken, tv- en filmscenarios o.

Ton Lutz was acteur, regisseur en voormalig artistiek leider. Bij alle personages in dit stuk blijkt de liefde nooit volledig wederzijds te zijn: Kostja houdt van Nina. Hij is aspirant toneelschrijver en zij speelt in zijn eerste toneelstuk. Hij heeft een manifest voor een nieuw theater geschreven en wil zijn idealen vooral door zijn moeder, de beroemde actrice Arkadina, erkend zien. De première wordt een ramp. Nina verlaat Kostja en zoekt haar geluk bij Arkadina's minnaar, de oudere, succesvolle toneelschrijver Trigorin.

Wanneer ze elkaar jaren later ontmoeten is Nina's carriëre mislukt en heeft Trigorin haar verlaten. De catastrofe is onafwendbaar. Hij is verliefd op haar, zij is verliefd op hem. Ze trouwen, tegen de wil van haar vader en vertrekken, ver weg. Zijn vriend helpt en steunt hem.

Maar al snel blijkt de vriend, gedreven door afgunst, er alles aan te doen om wantrouwen te zaaien. Hij speelt het verderfelijke spel der manipulatie. De Moor Othello is in het blanke Venetië perfect geassimileerd.

Als generaal wordt hij gerespecteerd, en in de liefde wint hij de mooie senatorsdochter Desdemona voor zich. Het gaat hem in zijn nieuwe land voor de wind. Althans zo lijkt het. De adder onder het gras is Jago, Othello's vriend en ondergeschikte. Jago voelt zich op meerdere fronten door Othello gepasseerd en zint op wraak. Marijke Schermer schrijft toneel en proza. Veel van haar toneelstukken schreef ze voor het gezelschap Alaska waar zij ze zelf regisseerde.

Andere opdrachtgevers waren o. In ontving ze de Charlotte Köhlerprijs voor haar toneelwerk.  In verscheen haar romandebuut Mensen in de zon bij uitgeverij van Oorschot. Annemarie Slotboom is in afgestudeerd aan de faculteit dramaschrijven van de HKU. Tommy Ventevogel is schrijver van transmediaal expressionistisch theater. Zijn teksten werden o.

In de sfeer van het einde van een afterparty blijven vijf iconische personages over: Terwijl zij de schade trachten te herstellen, proberen ze de avond te reconstrueren.

Het publiek wordt ingewijd in familiegeheimen en persoonlijke verhalen. De verschillende perspectieven van de personages lijken inzicht te verschaffen waarom de bruiloft zo uit de hand is gelopen. Elke schrijver nam een personage voor z'n rekening. In Vrede worstelen drie personages, bewust of onbewust, met de sporen van een dood gewaande oorlog; drie verhalen die schetsen hoe de wonden die de Tweede Wereldoorlog heeft veroorzaakt, ook nu nog hun littekens nalaten in onze samenleving; hoe de vrede die zeventig jaar geleden uitgeroepen werd, voor veel mensen nog steeds geen vrede is; en hoe genadeloos de wapens zijn waarmee wij ons beschermen tegen verlies, verdriet en schuld.

Theater Na de Dam. Nathan Vecht schreef toneelstukken voor onder meer het Noord Nederlands Toneel, mugmetdegoudentand en Theater Bellevue.

Zijn werk werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival, werd opgevoerd in onder meer Duitsland en België. Naast zijn theaterwerk schrijft hij scenario’s voor film en televisie. Wim Pijbes en de vrouw van de Fietsersbond hakken tijdens een intieme ontmoeting samen knopen door, in aanwezigheid van de Nachtwacht.

De vrouw van Armin van Buuren voert voorafgaand aan diens optreden tijdens de troonwisseling een opzienbarend gesprek met de chef-dirigent van het Concertgebouworkest, in aanwezigheid van een bestuurder. Mark Rutte reageert als onverwacht kunstliefhebber vanuit het Torentje op de protesten van de kunstenaars op de bezuinigingen.

Nederlof liet zich inspireren door de Franse filosoof Alexis de Tocqueville en door Mien van Dam, een sociaal-democrate uit de Haagse Sinaasappelstraat. De Tocqueville deed aan het begin van de negentiende eeuw diepgaand onderzoek naar de sterke, maar vooral ook de zwakke kanten van de democratie. Mien van Dam, de grootmoeder van Nederlof, wordt door haar teruggeroepen van gene zijde om samen een klein onderzoekje te doen naar de staat van de democratie anno Verder leidde hij de Acteursopleiding van de Theaterschool Amsterdam van tot , en was hij hoofdredacteur, en later vooral redacteur, van het vaktijdschrift Toneel Teatraal.

Naast een serie vertalingen maakte hij een groot aantal bewerkingen voor het toneel. In deze bewerking wordt de worsteling van deze generatie getoond, met al hun dromen, verwachtingen en angsten op het gebied van liefde en identiteit.

Ko van den Bosch Utrecht, is schrijver, acteur en regisseur. Hij richtte in theatergroep Alex d'Electrique op. Op dit moment werkt hij als vaste schrijver en regisseur bij het NNT in Groningen.

Een detective onderzoekt, in oorlogsgebied, de perfecte moord? Er een narratieve lijn in zoeken is een absurde bezigheid. Een echtpaar wacht op een onafwendbaar einde – dat komt wanneer het woud van Birnam het op een lopen zet en wordt voltrokken door iemand die niet uit een vrouw geboren is.

Hij wordt geplaagd door chronische buikpijn en is geobsedeerd door flipperbaby's. Zij heeft ooit een kind de borst gegeven maar inmiddels heeft dat kind zelfmoord gepleegd. Een bewerking van Shakespeare's Macbeth door Gerardjan Rijnders. William Congreve was een Engels toneelschrijver uit de late Restoration de periode tussen en , na het herstel van het koningschap onder Karel II.

Hij is vooral bekend als een dichter van de comedy of manners. Han van der Vegt is dichter, schrijver en vertaler. Van Van der Vegt verschenen reeds vijf dichtbundels. Daarnaast vertaalde hij o. De carrousel der liefde is een restoration comedy van knechten en meesters, van schuldeisers, leningen en erfenissen, van seksuele roddels en chantage.

Het verhaal van Jezus van Nazareth kennen we uit de evangelies, die jaren na zijn dood werden opgetekend. In Zie de mens wordt gezocht naar de mens achter de mythe. Hoe reageerden zijn volgelingen en familie op zijn missie en zijn vuur?

Wat waren hun drijfveren en dilemma's? Een theatermarathon over de kracht van geloven. Tjeerd Bischoff studeerde in af aan de Amsterdamse Toneelschool. Hij startte als acteur, maar gaandeweg begon hij toneel te schrijven. Hoe moeilijk kan het zijn om de wereld te scheppen? Eerst alles wegdenken wat er nu is. Geen aarde, geen zee, geen papa’s, geen mama’s, geen ‘jij’ en geen ‘ik’.

Alleen één grote Rommel. Gerhart Hauptmann was een Duits toneelschrijver. Aanvankelijk schreef hij realistische drama's over de slechte situatie van de armen, maar later ook meer symbolische stukken gebaseerd op de Griekse mythologie. Hij geldt als medegrondlegger van het Duitse naturalisme. In ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Michael Kramer is een naturalistisch familiedrama in vier bedrijven dat zich afspeelt in een kunstenaarsmilieu. Harold Pinter Engels toneelschrijver van na de Tweede Wereldoorlog. Pinter was een an de grondleggers van het moderne toneel in de 60er jaren van de vorige eeuw. De Britse toneelschrijver kreeg in de Nobelprijs voor literatuur. Een man, Een vrouw. Een jeugdvriendin komt op bezoek. Wat begint als een avond waarop herinneringen worden opgehaald, wordt al snel een avond vol sluimerende spanning.

De drie raken verwikkeld in een strijd om macht en waarheid. Wat is waarheid, en… is het belangrijk deze te achterhalen? Bart De Wildeman studeerde in af aan de Arnhemse toneelschool, en maakte theater bij tal van projecten in Brussel, waaronder Comédie Crapule, Los cochones del toro, collectief jeannekepis, Globe Aroma en théâtre de la liberté.

Beat ontvangt me in z’n kabinet. Te veel of te weinig gegeven? Hij vindt er wel wat op met z’n beats en statements. Een lang gerekte woordeloze stroom van gedachten, ongearticuleerd, - want zonder denken gaat het ook. Dit is een studie, een studie van de angst, van wat ons bezig houdt en alles wat een mens, - mij, tegenhoudt om iets schoons te doen… van zijn leven een hel of hemel te maken.

Wij doen het, wij kunnen het, wij willen: Wij doen het trager dan u! Wij doen het traag. Wij doen het traag, trager dan u, trager dan jullie, traag en wel! Wij doen alles traag. Moniek Merkx is regisseur, schrijver en dramaturg en artistiek directeur van het Maastheater.

Ze studeerde in af aan de Universiteit van Amsterdam Theaterwetenschap en werkte bij een groot aantal theater-, dans- en mimegezelschappen in Nederland. Ze is regelmatig docent aan kunstvakopleidingen. Toen vielen er twee meisjes uit de lucht.

Kleine meisjes met grote verhalen, over zonsondergangen, vaders die vliegen en een bloem die ruzie zoekt. Deze meisjes leerden me over de liefde, over dat als je aandacht aan iets geeft dat het dan groeit en dat werkelijke schoonheid meestal onzichtbaar is. Het is niet zo dat ik de wereld nu beter begrijp en dus kan uittekenen, maar sinds die tijd kijk ik naar de lucht en de sterren en weet ik dat de wereld veel groter is dan ze zeggen. Zeven jongens in de wachtkamer van het echte leven, die geduldig wachten tot het over is, dat groeien.

Om tevoorschijn te komen als echte man. Als krachtpatser, grappenmaker, carrièreman, rokkenjager, rebel of misschien gewoon als eeuwige puber. In dit avontuur trekken vier kinderen door het sprookjesbos. Ze ontmoeten mopperende kikkers, boosaardige heksen en hongerige reuzen. Maar gelukkig hebben ze een blaffende koffer bij zich, kunnen ze met mieren praten en vuur maken. En als ze heel lang en geduldig volhouden kunnen ze tot slot zelfs de vierkoppige draak verslaan.

Bewerking van de tekst van Arthur Schnitzler; een paringsdans in tien delen Welkom in de wereld van geheime agenda's, grenzeloze passie en de schone schijn van lust en liefde.

Reigen gaat over mensen die de liefde als een spel zien, die makkelijk mooi weer spelen en alles tegelijk willen. Ze ontmoeten elkaar op geheime, achteraf plekken en als ze daar weer weg zijn, keren ze zich meteen weer tot hun zedige leven. Je kunt vliegen, wist je dat?

Als je er maar in gelooft. En je kunt indianen ontmoeten, vechten met piraten en zwemmen tussen de zeemeerminnen, helemaal niet moeilijk. Of je stopt gewoon met groeien! Peter Pan doet dat. Hij bedenkt net op tijd dat ouder worden alleen maar gedoe is en besluit om twaalf jaar te blijven.

Een nieuwe tekst geïnspireerd op het wereldberoemde Peter Pan verhaal van J. In Paradiso, stad van de toekomst ontmoet je de nieuwe mens in een ideale wereld. Paradiso is een plek waar je je hart kunt openen en waar je je vrij voelt, geliefd, sterk en mooi.

Je kunt er je blik verruimen, over je schaduw heen springen en de ultieme schoonheid ervaren. Nacht gaat over de liefde voor het theater, wilde feesten en opdringerige media. Je wordt heen en weer geslingerd tussen de reële wereld en die van fantasieën en obsessies.

Alles draait om macht en imago aangewakkerd door angst en jaloezie. Een voorstelling die begint als Midzomernachtdroom en eindigt in Macbeth. Moniek Merkx mixt deze twee Shakespeare klassiekers tot een eigen verhaal. Maanvirus is een wonderlijk detectivespel. Drie zussen met een geheim gaan op onderzoek uit. Ze raadplegen de hoofdonderwijzer, de sterren en hun dode moeder. Ze lezen gedachten, ingewanden, wichelroeden en ontdekken meer dan ze lief is.

Kortjakje ligt al dagen ziek in bed. En dan op een dag komt de zon niet meer op, hij is weg, vertrokken. Kortjakje gaat op zoek. Heeft die woeste Blauwbaard hier iets mee te maken en wat weet het mannetje in de maan?

Heeft de krokodil de zon ingeslikt of is de zon verslonden door het grote, strenge boek? De verschrikkelijke ijskoningin weet er meer van, maar om haar aan het praten te krijgen moet je in haar ogen kijken. Hier verdwalen de mensen in getallen en abstracte gedachten. Hier spreken de getallen.

Met ons krijg je diepte en doe je ontdekkingen. We zijn van alle landen en zijn overal in terug te zien. Waarom vinden jullie ons toch vaak zo moeilijk? Kom mee naar het land waar meten weten is en waar je met een beetje denkwerk alle levensvragen oplost.

En dan nog dit: Goud vertelt over prachtige prinsen en romantische liefde in een geheimzinnige haremwereld. Maar ook over eeuwenoude woestijnwetten, uitgehuwelijkt worden en een eremoord. Hoe leer je de kunst van het vertellen om alles te bereiken wat je maar wilt?

Verhalen uit duizend-en-één nacht worden vermengd met levenslessen van een moeder aan haar dochter die gaat trouwen. Ken je dat gevoel? Dat niemand je begrijpt? Dat je je onnozel voelt en ook nog eens ontzettend lelijk? Dat gevoel van ongezien en onbemind zijn. Dit is een oproep aan alle Assepoesters, Sneeuwwitjes en Lelijke jonge eendjes.

Kom naar het theater en huil lekker met ons mee. Moniek Merkx laat met haar bewerking van Shakespeare's King Lear zien hoe narcistisch ouders kunnen zijn. De liefde van ouders is onvoorwaardelijk denken wij, maar niets is minder waar. Op het moment dat de jongste dochter haar liefde voor haar vader niet met de verwachte bewoordingen uit, is het hek van de dam.

De gekrenkte vader haalt verschrikkelijk naar zijn dochter uit. Het perspectief van de jongste - verstoten - dochter wordt getoond met behulp van een videocamera. In De verschrikkelijke stiefmoedershow is een stiefmoeder die kinderen het licht in de ogen niet gunt en die zodra de vader thuiskomt, verandert in een poeslieve engel. Er is een vader die wegdroomt en laf is, een moeder die alles, echt alles, doet om haar nieuwe vriend te behagen en een stiefvader die een ijdele kwast is en alleen aan zichzelf denkt.